CENTRALE for contemporary art

De CENTRALE for contemporary art wil een zo breed mogelijk publiek warm maken voor hedendaagse visuele kunst. Zo wil het centrum voor hedendaagse kunst van de Stad Brussel mensen aanmoedigen om na te denken over de samenleving van vandaag. De Centrale wil een plek zijn die openstaat voor de wereld, Europa, de stad en de wijk, en wil een antwoord zijn op het specifieke karakter van Brussel met haar verscheidenheid aan inwoners en rijkdom aan culturen.

(c) Johan Dehon
(c) Johan Dehon

EEN STERKE IDENTITEIT: Brussels, in een internationaal kader

De programmatie van de CENTRALE steunt op verschillende pijlers en wil hedendaagse kunst en haar link met de hedendaagse maatschappelijke evolutie in vraag stellen. De locatie kwam er op initiatief en met de steun van de Stad Brussel. Ze biedt een open kijk op de stad en haar inwoners, en wil met haar programmatie de beeldende kunsten promoten, artiesten van buiten het officiële kunstcircuit in de kijker brengen, de deuren openen voor culturele minderheden en werken tonen die de grenzen van de kunst aftasten zonder een eenzijdige visie op creaties op te dringen.

De rode draad daarbij: thematentoonstellingen, duo’s van Brusselse en internationale kunstenaars, samenwerkingen met Brusselse kunstscholen, participatieve projecten van Belgische artiesten in residentie, samenwerkingen met andere locaties waar hedendaagse kunst in al haar vormen een plaats krijgt (performance, muziek, film, literatuur enzovoort).

 

PROJECTFILOSOFIE

Ik zie mijn rol als artistiek directrice van de CENTRALE sinds mijn aankomst in 2012 als een voortzetting van mijn vorige functies en in het kader van een denkoefening over de rol van een centrum voor hedendaagse kunst dat door de gemeente wordt gefinancierd en beheerd.

Na in het officiële cultuurcircuit te hebben gewerkt, heb ik gedurende meer dan tien jaar de outsiderkunst verdedigd, als lid van de directie van het museum Art & Marges in de Brusselse volkswijk de Marollen. Ik streefde ernaar de kunstwerken uit de marge te halen door tentoonstellingen te organiseren in vele musea in binnen- en buitenland en door een dialoog aan te gaan met werken van hedendaagse kunstenaars (Louise Bourgeois, Dominique Vermeesch, Baudouin Oosterlynck …). In het besef dat de uitdaging van een dergelijke rol niet ligt in het geloofwaardig maken en legitimeren, maar veeleer in een zoeken naar evenwicht tussen kwaliteit, artistieke vereiste en nabijheid met het publiek, wens ik mij verder te verrijken door ontmoetingen met vele scheppende kunstenaars; tegelijk voer ik mijn onderzoek naar en denk ik na over de grenzen van creatie en kunst die aanzetten tot nederigheid en eerbied voor de ander, wie hij of zij ook is.

Het is dus in een streven naar ontzuilen dat ik samenwerkingsverbanden met de culturele spelers wens te ontwikkelen. Ver van elke vorm van populisme is het mijn bedoeling sociale en culturele getto’s te overstijgen, zowel in de programmering als door middel van activiteiten van bewustmaking van het publiek op een plek met een sterke identiteit die complementair is met andere plekken in Brussel.

Het is mijn onblusbare overtuiging dat kunst de samenleving maar ook onze blik op mensen en dingen kan veranderen en ons kan helpen om sociale, raciale en culturele breuklijnen te overschrijden. Het is een manier om te benadrukken dat een centrum voor hedendaagse kunst een platform moet zijn voor uitwisselingen tussen samenleving en scheppende kunst.

Carine FOL

Artistiek directrice van de CENTRALE

CULTUUR VOOR IEDEREEN

Een van de opdrachten van de CENTRALE die vanaf de inhuldiging in juni 2006 vastlag, bestaat erin om kunst voor iedereen toegankelijk te maken, een zo breed mogelijk publiek voor de hedendaagse artistieke creatie in alle disciplines van de visuele kunsten te sensibiliseren en het kunstdebat uit te breiden met een invraagstelling van de samenleving en de wereld van vandaag. De Centrale koestert de ambitie een levendige ruimte te zijn die de deuren opent voor Europa, de stad en de wijk, als antwoord op het specifieke karakter van Brussel en de diversiteit van haar bevolking en culturen.

De CENTRALE wil een plek zijn waar wordt nagedacht, waar zaken worden gedeeld en waar mensen met een verschillende achtergrond elkaar kunnen ontmoeten.

Er wordt een specifiek aanbod uitgewerkt voor:

– schoolgroepen

– gezinnen (zondag in de CENTRALE en een intergeneratie-workshop op woensdag, vanaf oktober 2016)

– gratis rondleidingen op de eerste zondag van elke maand

– creatieve workshops

– Kunstenaars in residentie werken op langere termijn met diverse groepen (wijkbewoners, gebruikers, kwetsbare groepen – partnerschap Artikel 27, wijkverenigingen).

 

EEN BROKJE GESCHIEDENIS

Van een elektriciteitscentrale naar een centrum voor hedendaagse kunst

De eerste elektriciteitscentrale van Brussel werd in 1892-1893 gebouwd in de Melsensstraat, in een wijk die van oudsher een handelswijk is tussen de oevers van de Rijn en de Noordzee. De centrale had twee stoommachines en leverde gelijkstroom aan een net. Toen de vraag naar elektriciteit groter werd, moest de secundaire centrale in de Leuvenseweg en de Verlaatstraat worden versterkt.

Archief van de eerste elektriciteitscentrale van Brussel
Archief van de eerste elektriciteitscentrale van Brussel

Rond 1901 kreeg architect Emile Devreux (een industrieel architect die tal van bouwprojecten heeft geleid in het kader van de elektrificatie van het land) de opdracht de eerste centrale uit te breiden en te moderniseren. Er kwam een nieuwe machinezaal aan de kant van de Melsensstraat, en ook een gebouw dat uitgeeft op het Sint-Katelijneplein en vandaag nog steeds te bewonderen valt.

Tegelijk werd in de Sint-Katelijnestraat een groot gebouw opgetrokken waar de administratieve lokalen van de centrale werden ondergebracht. Het gebouw heeft 5 niveaus (1 benedenverdieping met handelszaken, een tussenverdieping, 2 rechte verdiepingen en 1 attiek). De werkplaatsen werden samengebracht binnenin het blok en verbonden de machinekamer met de bureaus.

Het hele gebouw en het dak zijn beschermd.

Toen de centrale er niet meer in slaagde in alle energiebehoeften van de Stad te voorzien, werd ze na de ingebruikname van de nieuwe centrale in Laken, die in 1905-1907 werd gebouwd, omgezet in een transformatorstation. Het was het begin van een lange reeks grote of minder grote ingrepen in en aan het gebouw.

Zo werd de centrale in de jaren 1930 verbouwd tot werkplaatsen voor verschillende soorten ambachten: een nagelmakerij, een slotenmakerij, overmatten, mechanica, een loodgieterij …

De gevels van het gebouw zijn kenmerkend voor industriële gebouwen, zodat het gebouw getuigt van de functiegemengdheid die het stadscentrum vroeger kende. De oude elektriciteitscentrale in de Sint-Katelijnestraat is de bevoorrechte getuige van de elektrificatie van de Stad en van het aanzien dat deze nieuwe techniek genoot.

Tijdens de legislatuur 2001-2006 vatte de Stad Brussel het idee op om deze ruimte te wijden aan de hedendaagse kunst. De Elektriciteitscentrale werd plechtig geopend op 22 juni 2006; ze

heeft geen vaste collectie en organiseert elk jaar drie tijdelijke tentoonstellingen. Dit centrum voor hedendaagse kunst van de Stad Brussel vulde daarmee een sinds lang vastgestelde leemte in het Brusselse cultuurlandschap dat immers, in het stadscentrum, geen instelling had die uitsluitend was gewijd aan de hedendaagse scheppende kunsten.

De voorbije zes jaar is het hedendaagse kunstlandschap aanzienlijk geëvolueerd en dus zag de Elektriciteitscentrale zich genoodzaakt haar identiteit opnieuw te definiëren. Dit proces werd voltooid in 2012: de Elektriciteitscentrale werd de CENTRALE for contemporary art. Niet alleen de naam en de grafische identiteit werden gewijzigd, maar ook het team werd versterkt en de artistieke lijn werd geheroriënteerd op de Brusselse kunstenaars, zij het in een internationaal perspectief.