No Borders [Just N.E.W.S.*]

>

La Centrale Electrique

* North, East, West, South

Deze tentoonstelling, die wordt georganiseerd door AICA /Association Internationale des Critiques d’Art en de Elektriciteitscentrale, Europees Centrum voor Actuele Kunst van de Stad Brussel, brengt 29 kunstenaars samen die onlangs zijn afgestudeerd aan kunstscholen uit 22 Europese landen.

Met de ambitie om de artistieke aanwezigheid in het geheel van dit gebied te verbeteren, en om er het potentieel en de diversiteit, de oorsprong en het gemengde karakter van te tonen, neemt het project akte van de mobiliteit van de kunst die al op Europees niveau bestaat. Het wenst echter te kunnen bijdragen aan een positiebepaling die wijder is en meer gediversifieerd ten opzichte van het delicate moment van de overgang van gediplomeerde studenten aan scholen van schone kunsten naar hun investering als kunstenaar in het actieve leven. Daarom wil het hen zoveel mogelijk helpen zich verder uit te drukken dan in een context die al te vaak locaal is.

Dit project kon slechts gerealiseerd worden door het opstellen van een informatief netwerk, dat kon worden geraadpleegd en dat evaluatief is, en dat steunt op de samenwerking met de geconsulteerde scholen, hun leerkrachten, en daarvoor nog de kunstcritici en professionals, curatoren en directeurs van musea of kunstencentra, aandachtig voor de meest opkomende artistieke scènes. Het is met de steun van AICA Ierland, AICA Denemarken, AVCA Valencia en AICA Hellas, dat de tentoonstelling is ontstaan, door een reeks van vier seminaries in deze respectievelijke landen te organiseren die het mogelijk gemaakt heeft om 170 dossiers te raadplegen, afkomstig van een veertigtal scholen.

Deze werken, die zeer gediversifieerd zijn door de technische oplossingen die de weerhouden kunstenaars aannemen en voorstellen (fotografie, video’s, installaties, beeldhouwwerken, schilderijen, informatica, …), wijzen evenwel een zekere homogeniteit af, waarvan het belang dat gewijd wordt aan de uniciteit van de werken één van de meest duidelijke bewijzen is. Het is op zich niet helemaal verbazingwekkend, als men in beschouwing neemt dat het om redelijk nieuwe ervaringen gaat die zich hebben moeten vormen in relatie met de emancipatorische bevestiging van de vormende context van scholen..

Het is een gevoelig project, waarvan de problematiek en de vraagstukken raken aan de relaties met de artistieke creatie, de publieke zichtbaarheid, haar institutionele erkenning maar ook die van de markteconomie.
Bijgevolg, als een dergelijke tentoonstelling slechts een promotionele springplank kan betekenen voor de weerhouden kunstenaars, is het in de eerste plaats goed omdat de criteria van hun selectie werden vastgelegd volgens de evaluatieve parameters die deelmaken van vraagstukken van de kunstkritiek en van het organiseren van tentoonstellingen, vandaag de dag geconfronteerd met vragen over mondialisering en haar locale tegenhanger of « dialect ». Een situatie die wordt bevestigd in alle internationale en artistieke uitspraken, en waarop het meest pertinente antwoord dat van het « glocaal » lijkt te zijn, een neologisme dat verwijst naar de mogelijkheid om culturele realiteiten die contextueel lokaliseerbaar zijn te fusioneren met mediatieke uitspraken die zowel op het gebied van materiaal als techniek « kritisch » zijn in hun « globale » uitdrukkingswijzen.

Publicaties